Note 46 — I. Geslachtsnamen, ontleend aan mansvoornamen. Dit zijn de vadersnamen, de zoogenoemde patronymika. (continued 2)
Reading edition
§ 39. Aan den Zaankant komen eenige geslachtsnamen voor, die hierin afwyken van andere patronymika, dat ze niet op es of eene enkele s, maar op is eindigen; b. v. Avis, Duyvis. Uitsluitend aan de Zaan eigen zijn deze namen niet. Ze zijn ook wel elders in Noord-Holland ten platten lande inheemsch (Galis, Tamisz), en komen eveneens, maar zeldzaam, in andere nederlandsche gewesten voor (Jonxis, Tanis). De oorsprong van den afwykenden form dezer vadersnamen is te zoeken in de gewoonte, welke sommige nederlandsche schryvers in vorige eeuen hadden, om den tweeden naamval van mansvóórnamen aldus te spellen. Eene gewoonte die in taalkundig opzicht wel verkeerd was, maar waar de eigenaardige uitspraak der volkstaal in sommige landstreken aanleiding toe gaf—gelijk zulks ook nog heden het geval is. Vooral by de Friesen heerscht deze uitspraak, en de spelwyze is in plaats van es achter mansnamen vinden we dan ook nog meest in oude friesche geschriften. In de »Oorkonden der geschiedenis van het Sint-Anthony-Gasthuis te Leeuwarden” kan men van deze spelling vele voorbeelden aanwyzen. In een geschrift van het jaar 1455, in dien bundel voorkomende (dl. 1 bl. 22), vinden we iemand als Hemka Reenkys zoen vermeld; dat is Hemka, Reenkes zoon. In een ander geschrift—aldaar dl. I, bl. 28—, van den jare 1457 komt Jarich Joenkis zoen voor; dat is: Jarich Joenkes zoon. En deze zelfde man heet in eene andere oorkonde van dat zelfde jaar—dl. I, bl. 30—slecht weg Jarich Joenkis. Dan staan nog in deze oorkonden vermeld: Bauke Sickis—in plaats van Sickes, zoon van Sikke—46, Hiilgond Siiurd Buiickis wiif—Hillegonda, de vrou van Sjoerd Buikes (zoon)—47, Jan Nannis48, Jan Mennis49, Trin Jeppis50, en in een register van het jaar 1511, waar in de burgery de stad Dokkum met name wordt vermeld, Take Sapis.51