Note 3 — Inleiding.
Reading edition
Prof. Fruin noemt in zijn Tien jaren uit den tachtigjarigen oorlog, ’s-Gravenh. 1889, blz. 221 Malakka de uiterste factory, die de Portugeezen bezaten en zegt, “dat zij wel handel dreven op de Soenda-eilanden en Molukken, maar er zich niet hadden gevestigd”. Ik vermeen dit te mogen betwijfelen. In 1516 was reeds een jonk der Portugeezen naar China gezeild, wat had geleid tot eene voorloopige vestiging op de Chineesche kust, die wel is waar later weer moest opgeheven worden, maar toch gelukte het den Portugeezen na vele inspanningen door list en geweld in 1557 verlof te krijgen van het Chineesche Gouvernement om op een schiereiland aan den mond van de rivier van Canton een stad, Macao, te vestigen. Zie Danvers, The Portuguese in India, London 1894, vol. I, pag. 337, f., 486, f.
Op de Molukken, voornamelijk op Ternate, waren de Portugeezen gevestigd sinds 1521. In 1572 werden zij echter verplicht hun sterkte Gamoe-Lamme opTernate over te geven, waarna zij naar Tidore overstaken en zich aldaar vestigden in een sterkte Maboppo. Ook op Ambon bezaten de Portugeezen eene sterkte. Zie De Jonge, De opkomst van het Nederl. gezag in Oost-Indië, dl. II, blz. 176, 179, 181. Danvers, a. w., pag. 350, 550, f., vol. II, pag. 11 f., 63 f.
Verder blijkt het duidelijk uit een brief van Wijbrandt van Warwyck, 20 Jan. 1600, afgedrukt bij De Jonge, a. w., dl. II, blz. 377. “Op Tydore hebben deze Portugeesen een kasteel, van gelijcken de suytzijden van Ambona”.