Note 3 — Inleiding.
Reading edition
Bevelhebber over de beide Spaansche schepen was Dr. Antonio de Morga, oudste van het hoog gerechtshof en schrijver van “Sucesos de las Islas Philipinas”3. Morga opende direct het vuur op de Mauritius. Van Noort, die nauwelijks tijd had gehad om het geschut gereed te maken en zijn ankers had moeten kappen, bracht met zijn goed gerichte schoten eene groote slachting te weeg op de dicht op een gedrongen Spanjaarden van het admiraalschip. Niet lang zou dit echter duren, want de Spanjaard enterde weldra het schip van Van Noort en raakte met zijn boegspriet in het boevennet van de Mauritius verward. Of nu de Hollanders zich zelf van deze nauwe aanraking hebben losgevochten, tot wanhoop gebracht door de bedreiging van Van Noort, dat hij de lont in ’t kruit zou steken4, of dat de Spanjaarden op bevel van Morga zich zelf bevrijdden van het in brand geraakte Hollandsche admiraalschip5, de uitslag blijft hetzelfde: zoodra het Spaansche schip vrij was, zonk het geheel doornageld in de diepte, waardoor Van Noort gelegenheid kreeg om den brand op zijn schip te blusschen en koers te zetten naar Borneo, waar hij 26 Dec. 1600 verscheen6. De Spanjaarden waren er wel is waar in geslaagd den vijand te verdrijven, maar ten koste van zware offers. 109 Spanjaarden en 150 Indiërs en negers waren verdronken of gesneuveld, het admiraalschip was met geschut en ammunitie een prooi der golven geworden7. Onder de geredden behoorde ook Morga. Intusschen was het Hollandsche jacht de Eendracht door het andere Spaansche schip, waarop Alcega zich als commandant bevond, aangevallen en veroverd, waarna de Spanjaard nog juist bijtijds terugkeerde om de reddende hand te kunnen bieden aan zijn krijgsmakkers, die deels in een boot, deels zwemmende, het land trachtten te bereiken. Biesman, de bevelhebber van de Eendracht, en het grootste deel van de bemanning werd gedood, de overigen in een klooster opgenomen8.