← Table of contents
De Nederlanders in de Philippijnsche Wateren vóór 1626

Note 4 — Inleiding.

Reading edition

Op deze eilanden, zelfs tijdens Philips II nog genoemd Islas de Poniente, waarvan Magelhaens in 1521 de eerste ontdekte, hebben de Spanjaarden zich in 1571 voor goed gevestigd, nadat door Legazpi aan de baai van Manila de hoofdstad der Philippijnen was gesticht4. De reden, waarom de Nederlanders zich zoo herhaaldelijk voor Manila vertoonden, was niet zoozeer, omdat zij hoopten den Spanjaarden hun hoofdzetel te zullen ontrukken, doch, daar de Philippijnen steeds eene bedreiging waren voor het rustig bezit van de Molukken, trachtten de onzen de Spanjaarden aldaar zooveel mogelijk afbreuk te doen, hun macht en aanzien te verminderen. En hoe kon dit beter, dan door schade toe te brengen aan den uitgebreiden handel, dien Manila met de Chineezen en Japanners onderhield? Vooral de eerstgenoemden hadden een levendig verkeer met Manila. Jaarlijks kwam een groote handelsvloot aldaar ankeren in de baai van Manila, waar de Chineezen hun waren, voornamelijk zijde, aan den man brachten en daarvoor in de plaats het bij hen zoo geliefde zilver ontvingen, waarvan een steeds grootere hoeveelheid noodig was. Elk jaar werd het geregeld met de zoogenaamde zilverschepen uit Amerika aangevoerd. Hoe enorm groot deze aanvoer was en hoeveel de handel in Manila dus beteekende, bewijst wel het feit, dat de handel van Amerika op Spanje er zoozeer onder leed, dat men in Spanje genoodzaakt werd den zilveruitvoer te beperken tot 500,000 duros (dollars)5. Elke belemmering en schade, die wij nu dezen handel toebrachten door het wegnemen der Chineesche jonken of zoo mogelijk door het vermeesteren van een zilverschip, schonk ons niet alleen een rijken buit, maar deed ook bij ons de hoop ontstaan, dat de Chineezen dezen handel, als te gevaarlijk, op zouden geven en hem verplaatsen naar Batavia6.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings