Note 2 — Inleiding.
Reading edition
Maar er was meer. Linschoten2 schreef reeds, op de Portugeezen doelende, in zijn eigenaardige taal: “Vroeger streed men hier om prijs en eere te verwerven en een goeden naam achter te laten maar nu ter tijt sijnse al om rapen uyt”. Portugal was in Indië schijnbaar nog zeer machtig. Het bezat verscheidene sterkten op de Oostkust van Afrika, beheerschte den handel langs den tweeden zeeweg naar Indië door het bezit van de groote handelsplaatsen Ormoes en Maskate aan den ingang van de Perzische golf, had Goa tot hoofdzetel van zijn gezag, was na de verovering van Malakka oppermachtig in Achter-Indië, had sterkten op Tidore, Ambon en Macao, om van den uitgebreiden handel op China en Japan nog niet eens te spreken3. Deze zoo uitgebreide macht was uitwendig een krachtige boom met gezonde twijgen en groene bladeren, inwendig vermolmd en uitgekankerd. Eenige krachtige bijlslagen en hij zou schudden en wankelen, waardoor het geloof aan zijne onuitroeibaarheid zou verloren gaan. Bovendien ontdekten de Hollanders reeds op hun eersten tocht, dat zij zich de Portugeesche macht nog grooter hadden gedacht dan zij was, want op Java bleek het hun al spoedig, dat de Portugeezen daar niet veel meer vermochten dan ons zwart te maken bij de inboorlingen en hen tegen ons op te zetten; verder ging hun invloed niet. Door de tweedracht tusschen Portugeezen en Spanjaarden werd het ons dus gemakkelijker gemaakt om voordeel te behalen. Vooral bleek dit bij de krijgsverrichtingen, die hebben plaats gehad in de Molukken. Maar behalve dáár, hebben de Hollanders herhaaldelijk meer of minder hevige gevechten geleverd tegen de Spanjaarden in de buurt van de Philippijnen.