Note 1 — Hoofdstuk II.
Reading edition
Acuña, hoewel hier zeer toe geneigd, was onmogelijk in staat Manila van veel troepen te ontblooten, omdat de verhouding met Japan op dit oogenblik zeer gespannen was, en de zeeroovers van Mindanao en Soeloe steeds brutaler optraden. Toch werd, terwijl door Furtado op Makjan een fort was gebouwd en daarna de haven Talangami op Ternate geblokkeerd werd, in de Audiencia1 besloten kapitein Gallinato met eene flinke macht aan de Portugeezen ter hulp te zenden. Wel trachtten nu, na aankomst van Gallinato, de vereenigde Portugeezen en Spanjaarden Ternate te nemen, maar gebrek aan samenwerking, het uitblijven van Tidoreesche hulp en het gedeeltelijk overloopen der Amboneezen, deed de verovering mislukken. Furtado gaf 23 Maart 1603 bevel de troepen in te schepen2, slechtte het fort op Makjan weer en keerde naar Ambon en kort daarop naar Malakka terug. Niet lang zou het echter duren of de Molukken zouden opnieuw de kampplaats worden tusschen de Portugeezen en Hollanders, ten koste van de ongelukkige bewoners. Op 21 Febr. vertoonde de Hollandsche vlootvoogd Van der Hagen zich voor Ambon en reeds den 23en gaven de Portugeezen het fort bij verdrag over. Zij mochten ongehinderd met hun geweer vertrekken; de gehuwden, die blijven wilden, moesten natuurlijk den eed van trouw aan de Staten afleggen; van den voorraad nagelen zou de helft aan de Compagnie worden afgestaan, de helft tegen marktprijs worden overgenomen3. De “kapitein Hitoe” sloot namens de Hitoeezen met hem een contract, waarbij men beloofde, elkaar wederkeerig, wat het geloof betreft, geen overlast aan te doen4. Hierop vertrok Van der Hagen naar Banda, liet Frederik de Houtman in de vesting op Ambon achter en gaf zijn onderbevelhebber Cornelis Bastiaensz last om met vijf schepen naar Ternate te zeilen en van daar uit zoo mogelijk het fort op Tidore op de Portugeezen te veroveren. Van der Hagen sloot met de Bandaneezen een contract op denzelfden voet als vroeger reeds door Wolfert Harmensz was tot stand gebracht en keerde daarna onverwijld naar Ambon terug, waar hij de bewoners weder tot kalmte bracht, die in opgewonden toestand verkeerden door het gedrag van de bezetting van het fort. Deze had nl. de huizen vernield en de inwoners “getravailleerd”, terwijl Frederik de Houtman, in strijd met het verdrag, uit vrees voor verraad, de Portugeezen had gedwongen te vertrekken deels naar Malakka, deels naar Manila.