Note 6 — Hoofdstuk II.
Reading edition
Terwijl Van der Hagen en Cornelis Bastiaensz zich nog in de Molukken bevonden, waren Acuña uit Spanje en Mexico op zijn herhaald aandringen 1200 man hulptroepen toegezonden onder Juan de Esquivel en uit Malakka twee goed bemande galjooten door Furtado, met dringend verzoek om de Molukken te hulp te komen. Acuña, hiertoe nu op zoo uitnemende wijze in staat gesteld, voldeed om meer dan één reden hier zeer gaarne aan. In de eerste plaats omdat hem met de hulptroepen uit Spanje tevens een koninklijk bevel door den Jezuïet Gomez werd overhandigd, waarbij hem gelast werd zonder hulp van de Portugeezen de Molukken te heroveren, ten einde de nadeelen, voortspruitende uit de nationale ijverzucht der beide volken, te ontgaan, en klaarblijkelijk tevens met het doel om de Molukken direct onder de Spaansche kroon te brengen. In de tweede plaats ging Acuña er gaarne toe over, omdat hij vreesde, dat de Hollanders hunne veroveringen zouden uitstrekken tot de Philippijnen6. Den 15en Februari 1606 vertrok Acuña zelf met de vloot van Otong, op de kust van Panay. Juan de Esquivel bevond er zich op als maestro del campo, terwijl over een der drie Portugeesche galjooten bevelhebber was de vroegere kapitein van Tidore, Pedro Alvarez de Abreo.