← Table of contents
De Lof der Zotheid

Note 8 — Zij maakt het leven dragelijk.

J. B. Kan translation

Want dat reeds stokoude grijsaards, die al met het eene been in ’t graf staan, een jong deerntje tot vrouw nemen en dan nog wel zonder huwelijksgift, terwijl anderen haar gunsten later zullen genieten, dit komt zoo dikwijls voor, dat het bijna als een lofwaardige daad beschouwd wordt. Maar het is nog veel aardiger op te merken, hoe oude wijven, reeds door hoogen leeftijd tot mummies geworden en zoo lijkachtig, dat men haast zou denken, dat zij uit de onderwereld zijn teruggekeerd, toch altijd de woorden in den mond hebben “Hoe schoon is het leven;” dat zij nog steeds dol verliefd zijn en den een of anderen Phaon8 voor een hoog loon huren en lokken, eeuwig haar gelaat blanketten, van haar spiegel niet zijn af te slaan, zich de haartjes uittrekken, haar slappen en verwelkten boezem bloot dragen en met haar trillend gelach het verdoofde minnevuur trachten te wekken; dat zij sterk drinken, in de reien der jonge meisjes dansen en minnebriefjes schrijven. Wel, noemt de geheele wereld dit spottend de grootste zotternij, wat het ook inderdaad is, maar zij behagen zichzelf en smaken intusschen het hoogste genot en wentelen zich in weelde, wat zij natuurlijk aan mijn goedheid te danken hebben. Verder zou ik gaarne zien, dat zij, wien dit belachelijk voorkomt, dit bij zichzelf overwogen, of zij het beter vinden door een dergelijke dwaasheid hun leven in alle geneugten te slijten of, volgens een bekend gezegde, naar een balk om te zien, waaraan zij zich kunnen ophangen. Wel staat zulk een leefwijze gemeenlijk in een slechten reuk, maar hiermede hebben mijn zotten volstrekt niets te maken, die dit kwaad of niet bemerken of, als zij dit soms doen, zich er licht overheen zetten. Als iemand een steen op het hoofd valt, dan is dit zeker inderdaad een kwaad. Maar schande, oneer, verwijten en scheldwoorden kwetsen slechts in zooverre, als men er gevoel voor heeft. Ontbreekt dit, dan is het zelfs geen leed. Wat deert het u, als het geheele volk u uitjouwt, als gij u zelf maar toejuicht? En het verlof hiertoe verleent de Zotheid alleen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings