Note 4 — Wat nietigheden op het volk vermogen.
J. B. Kan translation
Themistocles, beroemd Atheensch staatsman, 526–461 v. Chr., zou het volk, dat zich niet langer door zijn leiders wilde laten uitzuigen, door het volgende verhaaltje gepaaid hebben: Een vos, die, in de modder vastzittend, door hondenluizen werd geplaagd, verzocht een egel, die ze wilde wegjagen, dit niet te doen: “Immers,” zoo zeide hij, “voor dezen, die nu verzadigd zijn, zullen uitgehongerde in de plaats komen.”