← Table of contents
De Lof der Zotheid

Note 1 — Vervolg.

J. B. Kan translation

Toch zijn onder deze wetenschappen juist diegene het meest in eere, welke het dichtst onder het bereik van een gewoon menschelijk verstand m. a. w. van de Zotheid vallen. De godgeleerden hongeren, de natuurkundigen zijn in minachting, de sterrekundigen worden uitgelachen en om de professoren in de redeneerkunst bekommert zich niemand. Alleen de geneesheer weegt tegen vele andere mannen op1. En zelfs van dit slag van geleerden wordt iemand, hoe ongeleerder, vermeteler en onbedachtzamer hij is, des te meer geëerd zelfs bij de hooge heerschappen. En toch is de geneeskunde, vooral zooals zij nu door verscheidenen wordt uitgeoefend, zeker niets anders dan een beetje vleierij2, even zoo goed als de redekunst. Na dezen wordt de volgende plaats aan de wetsverdraaiers toegewezen—ja, misschien komt hun de eerste wel toe—, wier beroep de wijsgeeren, om nu zelf niet voor mijn eigen gevoelen uit te komen, eenstemmig een vak voor ezels noemen. En toch worden de grootste zoowel als de kleinste zaken naar de willekeur van deze ezels beslecht. Hun uitgestrekte landgoederen nemen gaandeweg in omvang toe, terwijl de Godgeleerde intusschen, na de geheimenissen der Godheid in al haar schuilhoeken te hebben uitgevorscht, op zijn harde boonen blijft kauwen, in eeuwigen strijd met wandluizen en ander ongedierte: Gelijk dus de wetenschappen meer geluk hebben, die nauwer verwant zijn met de Zotheid, zoo zijn ook die menschen verreweg het gelukkigst, wien het vergund was, zich geheel te onthouden van alle verkeer met de wetenschappen en alleen de natuur als leidsvrouw te volgen, die in geen enkel opzicht ons in den steek laat, behalve wanneer wij soms in onzen overmoed de heilige grenzen van hetgeen den sterveling vergund is, willen overschrijden. De natuur haat al het gekunstelde en wat door geen kunst geleden heeft, tiert verreweg het weligst.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings