← Table of contents
De Lof der Zotheid

Note 1 — Pausen.

J. B. Kan translation

En dan de Pausen, die Christus’ plaatsvervangers zijn, als zij hem in zijn leven trachten te evenaren, nl. in zijn armoede, werkzaamheid, leer, kruis, levensverachting, als zij denken of aan hun naam Paus, d.i. vader, of aan hun bijnaam, n.l. allerheiligste, wat is er dan wel treurigers in de wereld denkbaar? Of wie zou die waardigheid voor zijn gansche vermogen willen koopen, of haar, als hij haar door geld verworven heeft, met het zwaard, met vergif en met allerlei gewelddadige middelen verdedigen? Van hoeveel voordeelen zou de wijsheid hen berooven, als zij eenmaal ingang bij hen vond? Wat zei ik: de wijsheid? Neen, zelfs een korreltje van dat zout, waarvan Christus melding maakt1. Zooveel schatten, zooveel eerbewijzen, zooveel heerschappij, zooveel overwinningen, zooveel ambten, zooveel dispensaties, zooveel inkomsten, zooveel aflaten, zooveel paarden, muilezels, wachters, zooveel genietingen. Gij ziet, welk een markt, welk een ruime oogst, welk een zee van goederen ik in weinig woorden heb samengevat. In hun plaats zal zij (de wijsheid) vigiliën, vasten, tranen, toespraken, preeken, studiën, zuchten en duizenden dergelijke ellenden invoeren. Maar men moet niet over het hoofd zien, dat dan zooveel schrijvers, zooveel kopiïsten, zooveel snelschrijvers, zooveel advocaten, zooveel promotoren2, zooveel secretarissen, zooveel muilezeldrijvers, zooveel paardenknechten, zooveel wisselaars, zooveel koppelaars (haast had ik er nog meer weekelijke benamingen aan toegevoegd, maar ik vrees, dat die voor de ooren te hard zullen zijn), kort en goed, een zoo groote drom van menschen, die den Roomschen stoel tot schande, ik vergiste mij daar, tot sieraad strekt, meende ik, honger zou moeten lijden.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings