← Table of contents
De Lof der Zotheid

Note 1 — De Zotheid maakt aanspraak op den lof van verstand.

J. B. Kan translation

Nu nog iets. Onsterfelijke Goden moet ik spreken of zwijgen? Maar waarom zou ik zwijgen, daar er geen waarachtiger waarheid bestaat? Het is echter misschien beter, bij een zaak van zooveel gewicht de Muzen van den Helicon1 te laten komen, die de dichters meermalen om louter beuzelingen plegen aan te roepen. Staat mij daarom een poosje ter zijde, Dochters van Jupiter, bij het leveren van het bewijs, dat ook tot die uitnemende wijsheid en den door hen zelf2 zoo genoemden burg van geluk voor niemand de toegang openstaat dan onder geleide van de Zotheid. Om al aanstonds iets te noemen, is men ’t hierover eens, dat alle hartstochten een deel uitmaken van de Zotheid. Dit is immers het kenmerkend onderscheid tusschen een wijze en een zot, dat den laatsten de hartstocht, den eersten de rede beheerscht, en daarom houden de Stoïcijnen alle zielsberoeringen, alsof het ziekten waren, ver van den wijze. Maar die hartstochten spelen niet alleen de rol van deskundige leidslieden van hen, die zich haasten naar de haven der wijsheid, maar zij plegen ook overal, waar de deugd handelend optreedt, als een soort van sporen en prikkels tegenwoordig te zijn, alsof zij geroepen waren om tot deugdzaam handelen aan te sporen. Wel verzet zich hiertegen met alle macht de aartsstoïcijn Seneca3, die den wijze allen hartstocht ontzegt, maar door dit te doen laat hij zelfs geen mensch meer over en schept veeleer een nieuwen God, die evenmin ergens ooit bestaan heeft als bestaan zal, of neen, laat ik het duidelijker zoo zeggen, hij maakt van een mensch een marmeren beeld, bot en volkomen vreemd aan alle menschelijk gevoel. Zij4 mogen daarom, zoo ’t hun lust, zelf hun wijze genieten en voor hem een liefde koesteren, die niemand hun misgunt, en met hem of in Plato’s Staat of, zoo zij ’t liever willen, in het rijk der ideeën5 of in Tantalus’ gaarde6 wonen. Want wie zou zulk een man niet als een monster of een spook ontvluchten en verafschuwen, die doof is voor alle natuurlijke aandoeningen, die geen hartstochten kent en zich noch door liefde, noch door medelijden meer laat roeren:

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings