← Table of contents
De Lof der Zotheid

Note 1 — De rol, die de Zelfzucht speelt in dienst van haar zuster de Zotheid.

J. B. Kan translation

Is niet de oorlog het zaad en de bron van alle hooggeprezen daden? Maar is er nu wel iets zotters te bedenken dan om de een of andere oorzaak zulk een strijd te ondernemen, waarbij elk van beide partijen altijd meer schade dan voordeel heeft? Want met hen, die vallen, houdt men evenmin rekening als met de Megarensers1. En als dan de in het ijzer gepantserde legers zich eenmaal van weerskanten in slagorde geschaard hebben en de horens hun schrille klanken doen hooren, wat kan men dan, bid ik U, met de wijzen aanvangen, die door lange studie uitgeput, door de dunheid en kou van hun bloed ternauwernood het leven houden? Men heeft dikke en vette kerels noodig, die zooveel mogelijk stoutmoedigheid doch zoo weinig mogelijk verstand bezitten. Niemand zal toch liever een soldaat als Demosthenes2 willen, die op Archilochus’3 voetspoor den vijand nauwelijks in ’t oog kreeg, of hij wierp zijn schild weg en vluchtte, waardoor hij bewees, dat hij een even laf soldaat als een knap redenaar was. Maar, werpt men mij tegen, beleid in de oorlogen legt het grootste gewicht in de schaal. Dit erken ik—bij den veldheer; maar het is een krijgswetenschap, die met de wijsbegeerte niets te maken heeft; overigens wordt dit zoo voortreffelijke beroep door tafelschuimers, koppelaars, roovers, sluipmoordenaars, boeren, stommeriken, bankroetiers en dergelijk schuim van ’t menschdom uitgeoefend, niet door de naar hun studeerlamp riekende wijsgeeren.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings