← Table of contents
De Lof der Zotheid

Note 1 — Bijgeloovigen.

J. B. Kan translation

Maar ongetwijfeld behoort dat slag van menschen tot de onzen, die zich vermeien in het hooren of vertellen van wonderen en gedrochtelijke leugens en nooit genoeg hebben van zulke verhalen, als er iets bovennatuurlijks in voorkomt over verschijningen, over spoken, over geesten, over de hel en over tallooze andere mirakels van dit soort. Hoe meer zulke verhalen in strijd zijn met de waarheid, des te eerder vinden zij geloof en des te aangenamer kittelen zij de ooren. En zij zijn niet alleen van verbazend veel nut om de verveling te verdrijven, maar er valt ook bij te verdienen, vooral voor priesters en predikers. Nauw verwant met dezen zijn verder diegenen, die tot de wel dwaze maar toch behagelijke overtuiging zijn gekomen, dat, als zij maar het een of andere beeld, van hout of geschilderd, van den Polyphemus Christophorus1 zien, zij op dien dag niet zullen omkomen, of, dat wie een beeld van St. Barbara2 met bepaalde woorden groet, ongedeerd uit den strijd zal terugkeeren, of als iemand zich op bepaalde dagen met bepaalde kaarsjes en bepaalde schietgebeden tot St. Erasmus3 wendt, hij binnenkort rijk zal worden. Zoo hebben zij een Hercules in St. Joris4 gevonden, zooals ze ook een tweeden Hippolytus5 hebben. Zijn6 paard, dat zij vol diepen eerbied met allerlei sieradiën tooien, bewijzen zij bijna goddelijke eer en zij trachten het telkens weer door het een of ander nieuw geschenkje voor zich te winnen; bij den metalen helm van den heilige te zweren, wordt als een vorstelijke eed beschouwd. Wat te zeggen van hen, die zichzelf paaien met onware aflaatbrieven7 en de tijdruimten van het vagevuur met wateruurwerken afmeten, waarbij ze nauwkeurig de eeuwen, jaren, maanden, dagen en uren, als wiskundig vaststaande, zonder dat een fout mogelijk is, weten op te geven. Of van hen, die steunende op eenige tooverformulieren en gebeden, die de een of andere vrome bedrieger hetzij voor zijn pleizier, hetzij om er iets aan te verdienen heeft uitgedacht, zichzelf alles voorspiegelen, geld, eer, genot, volop eten en drinken, eeuwigdurende gezondheid, een lang leven en een krachtigen ouderdom, eindelijk een plaatsje dicht bij Christus in den hemel, ofschoon zij het liefst willen, dat dit geluk hun zeer laat te beurt valle, d.w.z. dat eerst, als de genoegens dezer wereld, waaraan zij met hart en ziel hangen, hen trots hun tegenstribbelingen in den steek laten, dan die hemelsche zaligheden hun deel worden. Zoo heb je me bijv. den een of anderen koopman of soldaat of rechter, die door het opofferen van een enkel penningsken uit zijn door roof gewonnen schatten meent den geheelen zondenpoel zijns levens op eenmaal gereinigd te hebben en zooveel meineed, zooveel wellust, zooveel dronkenschap, zooveel twist, zooveel moord, zooveel bedrog, zooveel trouweloosheid, zooveel verraad als bij contract afgekocht beschouwt en wel zoo afgekocht, dat hij van voren af aan een nieuwe reeks van misdaden mag beginnen. Maar wie zijn dwazer, neen laat ik liever zeggen gelukkiger, dan zij, die door dagelijks die bekende zeven versjes der heilige psalmen op te zeggen zichzelf nog meer dan het hoogste geluk belooven? Deze tooverversjes zijn, naar men wil, aan den heiligen Bernard medegedeeld door een zekeren duivel, die wel geestig, maar toch meer een onnoozele hals dan een slimmerd was; want hij werd leelijk door hem bij den neus genomen8.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings