Note 1 — De Reus van Antwerpen.
Reading edition
En gij, Antwerpens stedemaagd! buigt gij het hoofd niet voor den kolos, die de poorten uwer grootsche stad wijd, wijde ontsloot, en gansch het kunstlievend Europa als gast dorst nooden in uwe wallen? De meer dan tienmaal honderd strijders der gedachte1 van Noord en van Zuid, het luide welkom, welkom! deed hooren. Die het luidere welkom griffelen deed in ’t eeremetaal, als een blijvend welkom aan allen, die broeders willen zijn in de Kunst, broeders door het onbezoedeld genie, hoogepriesters van den eeuwigen Bouwmeester—door verspreiding van licht en beschaving, in beeld en in schrift?