← Table of contents
De lelie van 's-Gravenhage

Note 8 — De Reus van Antwerpen.

Reading edition

Neen, dat zijn hem niet meer de handen der arme schippers uit de tijden der sage; dat zijn hem de handen van den Antwerpschen reus dezer eeuw; de handen der vele broeders uit Antwerpens onvergetelijken Kunstkring;8 van den dierbaren vriend en de zijnen, in wier woning en harten hij plaatse bekwam. Dat zijn hem de handen van Antwerpens eersten en hoogwaardigen Magistraat, van den edelen Burgervader, den voorzitter van het reusachtige Kunst-Congres. Ziet, en ze wuiven nogmaals: Vaarwel, vaarwel! gij strijders der gedachte. Zij wenken: Komt weder als het u wel was in onzen tempel der Kunst! En hij, de broeder van ’t Noord, de broeder der zelfde tale bovendien, hij drukt ze nog eens met verrukking die handen—ja, ook de hoog edelsten dáár ze schamen ’t zich niet.—Vaarwel! roept hij mede. Dank, dank! stamelt zijn stem; God zegene u allen! God zegene u, heerlijk lustoord der Kunst! en—zij er een grens tusschen ’t Zuid en het Noord; in het rijk der Kunst bestaan geene grenzen: Broeders voorwaarts! Eenheid, Vooruitgang, blijve de leuze; en thans voor het laatst: Uw kunst werke mee tot den vrede op aarde!

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings