Note 26 — 3
Reading edition
Zo noemde men de oude zwervende dichters. De Abt Mussieu, Histoire de la poésie française zegt: "De eerste dichters hadden een zwervend leven; wanneer zij een huisgezin hadden, namen zij hun vrouwen en kinderen met zich; dewelke zich ook somtijds met het dichten bemoeiden; want dikwijls rijmde het ganse huis, goed of slecht. Zij hadden in hun gevolg lieden met goede stemmen en met speeltuigen om hun opstellen te zingen. Dier wijze aanhoord, waren zij welkom in kastelen en paleizen, vervrolijkten de maaltijden en vereerden de gezelschappen; maar bovenal konden zij loftuitingen uitgalmen."