Note 3 — 1
Reading edition
Een ridder van die tijd had de volgende wapenrusting:—Een ijzeren helm of stormhoed, met of zonder vederbos, een ijzeren harnas, handschoenen van dassenleer, op het bovenste gedeelte met ijzeren schelpen bedekt. IJzeren platen op benen en billen, een schild of beukelaar waarop het wapen geschilderd was, een lange speer of lans en een groot slagzwaard of een degen. Onder het harnas droeg hij een pantser, of wapenrok, zijnde een hemd uit ijzeren ringen of maliën gevormd. Het paard was insgelijks met brede platen op het lichaam gewapend.