Note 47 — Jozef1.
Albin de Kazimirski Biberstein translation
De uitleggers zeggen, dat Jozef buiten de gevangenis werd gebracht, nadat hij zich gewasschen en van kleederen verwisseld had. Hij werd daarop bij den koning binnengeleid, die hij in de Hebreeuwsche taal groette; en op des konings vraag, welke taal dit was, antwoordde hij: de taal mijner vaderen. Zij zeggen dat deze vorst niet minder dan zeventig talen verstond, in welke alle hij met Jozef sprak, die hem in dezelfde taal antwoordde. De koning was daarover zeer verwonderd, en verzocht hem zijn’ droom te verhalen, hetgeen hij deed, terwijl hij de kleinste omstandigheden beschreef. De koning plaatste daarop Jozef naast hem op den troon en verhief hem tot zijn Wezir, of eersten minister. Sommigen zeggen, dat, toen zijn meester Kitfîr, omstreeks dienzelfden tijd stierf, hij hem niet alleen in zijne betrekking opvolgde, maar zelfs, op bevel des konings, de weduwe, zijne voormalige meesteres, huwde, welke hij bevond eene maagd te zijn, en die hem Ephraïm en Manassa baarde (Al Beidâwi, Kitab Tafasir, enz.). Volgens deze overlevering is zij dezelfde vrouw welke door Mozes Asenath wordt genoemd. Dit veronderstelde huwelijk, hetwelk hunne liefde wettigde, heeft de Mahomedaansche godgeleerden waarschijnlijk aangemoedigd, van de liefde van Jozef en Zoleihka gebruik te maken, als een zinnebeeld der geestelijke liefde tusschen den Schepper en het schepsel, God en de ziel, evenals het hooglied van Salomo op hetzelfde mystieke onderwerp wordt toegepast. (Zie d’Herbelot, Bibl. Oriënt, art. Jousouf).