Note 42 — Jozef1.
Albin de Kazimirski Biberstein translation
Niettegenstaande hetgeen door sommige oude schrijvers nopens het tegendeel wordt beweerd (Plato, in Timaeo Pomp. Mela), regent het dikwijls des winters in het lagere gedeelte van Egypte en zelfs heeft men te Alexandrië sneeuw zien vallen, in strijd met de bepaalde verzekering van Seneca (Nat. Quaest., Lib, 4). In het opperste deel van Egypte, nabij de watervallen van den Nijl, regent het zeer zelden (Zie Greaves Descr. of the Pyramids, p. 74 enz., Ray, Collection of Travels. dl. II, p. 92.) Sommigen veronderstellen echter, dat met de hier besproken regens, diegene bedoeld worden, welke in Ethiopië zouden vallen, en den Nijl doen zwellen, hetgeen de groote oorzaak is van de vruchtbaarheid van Egypte; of wel de regens, die zouden nederkomen in de naburige plaatsen, welke gedurende denzelfden tijd zeer met hongersnood werden geteisterd.