Note 87 — De Tafel1.
Albin de Kazimirski Biberstein translation
Dit waren de namen door de afgodendienende Arabieren aan sommige kameelen of schapen gegeven, die in eenige gevallen van de gewone diensten waren bevrijd. Zij waren van een of ander kenteeken voorzien, gelijk gespleten ooren, enz. opdat zij herkend konden worden. Dit deden zij ter eere hunner goden. Deze bijgeloovige gewoonte wordt hier verklaard, geen bevel van God te zijn en als een verzinsel van dwazen gekenschetst.