← Table of contents
De Koran

Note 36 — De Mier.1

Albin de Kazimirski Biberstein translation

De Mahomedanen noemen dit dier, welke verschijning een teeken van de nadering van den dag des oordeels zal zijn, al Jessasa of el Djessassa (de spion). De uitleggers geven bijzonderheden nopens de grootte en den vorm van het dier op, welke zij tot Mahomet, Ali of ook wel tot Abou Horeïra, den gezel van den profeet doen opklimmen. Zoo moet het monster zestig ellebogen lang wezen; een stierenkop, varkensoogen, olifantsooren, hertshoornen, den hals van een struisvogel, de borst van een ram, de pooten van een kameel hebben; men zou het in zijnen loop niet kunnen inhalen noch aan zijne vervolging ontkomen. Het zou, volgens de overlevering, uit eene der groote moskeen voortkomen. Dit monster draagt den staf van Mozes en het zegel van Salomo: overal op zijn doortocht zal het de menschen, met den een of met het ander merken. Zij die met den staf van Mozes zullen worden aangeraakt, zullen een van witheid schitterend aangezicht hebben: dit zijn de goeden. Zij, wien het zegel zal worden opgedrukt, zullen een zwart aangezicht hebben; dit zijn de verdoemden.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings