Note 10 — De Mier.1
Albin de Kazimirski Biberstein translation
De Arabische geschiedschrijvers verhalen, dat Salomo, nadat hij den tempel van Jeruzalem had voleindigd, als pelgrim naar Mekka trok, van waar hij, na er zoo lang gebleven te zijn als hem behaagde, naar Yaman reisde. Hij verliet Mekka des ochtends en kwam des middags te Sanaa aan, en groot genoegen in deze plaats vindende, bleef hij daar. Hij verlangde echter water om zich te reinigen, en zocht daartoe onder de vogelen naar den kievit, door de Arabieren Al Hudbud genaamd, wiens taak het was dit te vinden; want men beweert, dat die vogel slim of scherpziende genoeg was, om het water onder den grond te ontdekken, hetgeen de duivels gewoon waren te putten, nadat hij de plaats had aangeduid door met zijnen bek te graven. De genoemde geschiedschrijvers voegen er bij, dat deze vogel dan opvloog, en nadat hij een van zijne gelijke zag, die nederdaalde, deed hij het mede, en daar hem door den ander eene beschrijving der stad van Saba was gegeven, van waar hij juist was teruggekomen, gingen zij beiden te zamen, om die plaats te zien en keerden spoedig terug, nadat Salomo de vraag had gedaan, welke het nu volgende te weeg bracht.