Note 4 — De Mensch.
Albin de Kazimirski Biberstein translation
Volgens de uitleggers hebben de verzen 7 en 8 betrekking op Ali en zijne familie. Hassan en Hossein, zoons van Ali, waren ziek geworden, waarop Ali en Fatima, zijne vrouw, de gelofte deden, gedurende drie dagen te zullen vasten, indien de kinderen genazen. Maar Ali had reeds sedert den eersten dag niets om er brood van te maken, daar de Muzelmannen op een vastendag, evenals bij de Israëlieten, eerst na zonsondergang voedsel genieten. Hij leende daarop meel bij een Jood en Fatima bakte er vijf brooden van. Hierop komt een arme die iets te eten vraagt: men geeft hem de vijf brooden, en het gezin brengt den nacht door zonder iets te nuttigen. Den volgenden dag wordt het op nieuw bereide brood aan een wees, en den derden dag aan een balling gegeven. De engel Gabriël komt nu aan Mahomet op deze plaats geluk wenschen, met de goede daad door zijne familie verricht.