Note 59 — De Koe1.
Albin de Kazimirski Biberstein translation
De uitleggers zeggen, dat de Joden vroegen, welke engel het was die Mahomet de goddelijke openbaringen bracht, en toen men zeide dat dit Gabriël was, antwoordden zij, dat die hun vijand was en de boodschapper van toorn en straf, maar indien het Michaël ware geweest, zouden zij in hem hebben geloofd, omdat die engel hun vriend was, en de boodschapper van vrede en overvloed. Zij zeggen dat bij die gelegenheid deze plaats werd geopenbaard (Jallalo’ddin, Al-Zamakh, Yahya). Dat Michaël inderdaad voor den beschermenden of ondersteunenden engel der Joden gold, weten wij uit de schrift (Dan. XII, 1), terwijl het schijnt dat Gabriël, gelijk de Perzianen van hem zeggen, als de engel van openbaringen werd aangezien, die dikwijls met zendingen van dien aard werd afgezonden (Dan. VIII, 16 en IX, 21 Lucas 1; 19 26), om welke reden het waarschijnlijk is, dat Mahomet voorgaf, dat deze de engel was van wien hij den Koran ontving.