Note 44 — De Koe1.
Albin de Kazimirski Biberstein translation
De legende, waarop deze plaats betrekking heeft, is de volgende: in de dagen van David, woonden verschillende Israëlieten in de stad Ailah of Elath, aan den Roode zee, waar de visschen gewoon waren op den avond van den sabbath in grooten getale aan den oever te komen: zij bleven daar gedurende den sabbath, om hen te verleiden, en den daarop volgenden nacht keerden zij naar de zee terug. Na eenigen tijd verwaarloosden eenige inwoners Gods bevel, en vingen visch gedurende den sabbath; zij groeven later kanalen naar zee, opdat de visschen zouden kunnen binnenkomen, en voorzagen die van sluizen, die zij gedurende den sabbath schutteden, om den terugkeer der visschen naar de zee te beletten. Het overige gedeelde van de inwoners, die den sabbath streng vierden, gebruikte overreding en kracht om deze goddeloosheid tegen te gaan, maar zonder gevolg: de zondaren vermeerderden slechts en werden hardnekkiger, waarop David de sabbathschenders vloekte en God hen in apen veranderde. Men zegt, dat iemand, die naar zijn vriend ging zien, welke onder hen was, hem in de gedaante van een aap vond, wild met zijne oogen rondwarende, en toen vroeg of hij niet een zulk was. De aap maakte een teeken met zijn hoofd, dat hij dit was, waarop de andere tot hem zeide: Heb ik u niet geraden af te laten, waarop de aap schreide. De Mahomedanen voegen er bij, dat dit ongelukkige volk drie dagen in dien staat bleef, daarna verstrooid, (Abul’feda) en door een storm in de zee gedreven werd.