← Table of contents
De Koran

Note 19 — II. De Koran. Algemeen overzicht.

Albin de Kazimirski Biberstein translation

Van het 17e hoofdstuk is voorzeker vers 35 (waar gezegd wordt: “wij hebben den bloedverwant eens vermoorden reeds macht over een moordenaar gegeven,” en waarin waarschijnlijk op hoofdstuk 2 vers 173 wordt verwezen), eerst in Medina verschenen, waar Mahomet een uitvoerende macht bezat. Ook vers 78 kon eerst te Medina geopenbaard zijn; want er wordt van eene poging gesproken, om Mahomet uit het land te verdrijven, hetgeen die van Mekka werkelijk gedaan hadden. De volgende echter en vers 83 kunnen reeds in Mekka geopenbaard zijn; want reeds voor de verovering van die stad kon hij zeggen: “De waarheid is gekomen, de leugen is ontvloden.” Wat het eerste vers van dit hoofdstuk betreft, zoo houden wij het niet alleen niet te behooren tot die, welke in Mekka zijn geschreven, maar voor een, dat eerst na Mahomets dood verdicht, of bij vergissing in den Koran opgenomen is. Onderscheiden Koranplaatsen pleiten er voor, dat Mahomet zelf de nachtelijke reize, naar Jeruzalem en den hemel, slechts als een visioen aangezien wilde hebben. Reeds Mahomets gedurige verzekeringen, dat hij niet meer dan een prediker en geen wonderdoener was19, behoorde ook overigens de geloovigen te overtuigen, dat er geen grond voorhanden is, om hier aan het doen eener werkelijke reize, gelijk ook aan eene gespleten maan te denken. Desniettemin had deze legende zich spoedig na den dood van den profeet verbreid, en langs dien weg kon ook dit vers, door eenig geloovige voor zich zelven opgeteekend, wellicht reeds ten tijde van Aboe Bekr, in den Koran overgegaan zijn. Dat vers komt overigens volstrekt niet bij het daaropvolgende, is voor een ieder, die de legende niet kent, onverstaanbaar, en bovendien voor dengeen, die er mede bekend is, duister en taalkundig onjuist. Woordelijk luidt het vers: “Geprezen zij degeen, die met zijn knecht des nachts reisde, van den heiligen tempel naar den verwijderden tempel, wiens omgeving wij gezegend hebben20, opdat wij hem onze wonderen toonen. Gewisselijk hij is de hoorende, de zienden.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings