Note 17 — II. De Koran. Algemeen overzicht.
Albin de Kazimirski Biberstein translation
Het tweede tijdvak omvat ook nog zeer poëtische hoofdstukken; in welken tijd Mahomet reeds meer als profeet dan als een in verrukking verkeerende optreedt, en waarbij men in zijne voorstelling reeds meer spel en kunst, dan rechtstreeksche uitgietingen van een overvloeiend gemoed opgemerkt. Mahomet komt reeds meer in bijzonderheden, zoo wel in het gispen der bijgeloovige Mekkanen, als opzichtens zijne grondvesting des waren geloofs. De hel en het paradijs worden gaandeweg wijdloopiger beschreven; ook worden er de goddelijke attributen nader bepaald en met bewijsgronden gestaafd. De legenden der profeten vermeerderen en worden bepaalder van teekening, hetgeen reeds bij die van Mekka den argwaan opwekte, dat Mahomet een medearbeider had. Deze argwaan wordt zelfs uitgedrukt en niet behoorlijk wederlegd17. Immers indien ook zij, welke door de Mekkanen als zijn leermeesters worden aangezien, vreemdelingen en de Arabische taal niet volkomen machtig waren, zoo konden zij hem des niettemin de stof voor zijne openbaringen geleverd hebben, welke hij dan vrij bewerkte. Totdat tijdvak, hetgeen zich tot Mahomets terugkeer van Taïf uitstrekt, rekenen wij te behooren, behalve de reeds genoemde ook de hoofdstukken: 1, 5118, 36, 50, 54, 44, 19, 20, 21, 23, 25, 67, 37, 38, 43 en 71, en eindelijk nog 55 en 76, welke door vele Muzelmannen worden aangezien, als te Medina geschreven te zijn.