← Table of contents
De Koran

Note 28 — I. Levensschets van Mahomet.

Albin de Kazimirski Biberstein translation

De Openbaring en de wet op overspel, waartoe Aïsha aanleiding gaf, ontstond bij eene belangrijke gebeurtenis. Aïsha (of Aïcha) vergezelde Mahomet op een’ veldtocht tegen de Benoe Moestalik. Zij bleef nochtans op den laatsten dag van den terugkeer achter, toen de troepen in de vroegte opbraken, en kwam toen met Moeattal, die tot de achterhoede behoorde, eenige uren later te Medina aan. Daardoor gold Aïsha in de oogen der menigte natuurlijk als een overspeelster, en Mahomet vond in dat voorval grond genoeg, om aan hare echtelijke trouw te twijfelen; want hare verontschuldiging scheen hem niet geheel voldoende. Zij verklaarde namelijk, dat zij, toen zij in haren draagstoel wilde stijgen, haar halsketen gemist had, en dat zij weder was teruggekeerd, om die op te zoeken. Intusschen hadden nochtans hare kameeldrijvers, meenende dat zij werkelijk ingestegen was, den draagstoel, als gewoonlijk, op den kameel vastgebonden en dezen voortgedreven. Toen zij nu terug kwam, was de draagstoel verdwenen, en de manschap reeds zoover vooruitgetrokken, dat zij dezen niet meer kon inhalen. Mahomet behandelde haar koel en met onverschilligheid, gedurende de ziekte, waaraan zij—schijnbaar of werkelijk—kort na hare aankomst leed, en liet haar zelfs later naar het huis harer ouders brengen. Geheel Medina sprak over dat voorval, en zelfs Mahomet maakte er bij zijne vrienden geen geheim van, dat hij aan Aïshas onschuld twijfelde. Omstreeks eene maand nochtans na die treurige gebeurtenis, zegepraalde de liefde voor Aïsha, en misschien ook het gevoel voor zijn’ oudsten en getrouwsten aanhanger—zijn schoonvader Aboe Bekr—bij hem, op den minnenijd en het wraakgevoel. Hij bezocht haar toen in haars vaders woning en verklaarde, na een’ aanval van vallende ziekte, door welke zijne openbaringen dikwijls werden voorafgegaan, in naam des Hemels, dat zij onschuldig was. Diegenen, welke op de meest bepaalde wijze tegen zijne vrouw hadden gesproken, werden gegeeseld, en deze straf werd ook van toen af, tegen een’ ieder bepaald, welke eens anderen vrouw van ontrouw beschuldigt en zijne beschuldiging niet door vier geloofwaardige getuigen kan bewijzen.28

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings