Note 21 — I. Levensschets van Mahomet.
Albin de Kazimirski Biberstein translation
Den volgenden dag, zijnde voor de slachtoffers bestemd, offerde Mahomet, met eigen hand, drieënzestig kameelen en schonk aan drieënzestig slaven de vrijheid, welk getal juist gelijk was aan zijnen ouderdom, in maanjaren geteld, welker behoud hij pas had aanbevolen. Vervolgens deed hij zich het hoofd kaal scheren; want gedurende den pelgrimstocht is het niet geoorloofd, het hoofd te scheren of de nagels te knippen. De personen die het dichtst bij hem waren, verdeelden toen de afgesneden haren onder elkaâr. De bedevaartstocht, waarvan wij zoo even hebben gesproken, wordt de afscheidspelgrimage genoemd. In Mahomets aanspraak op den berg Arafat had hij doen doorschemeren, dat het hem wellicht niet zoude vergund zijn, Mekka weêr te zien. Inderdaad werd hij eenigen tijd na zijn’ terugkeer te Medina ziek. Hoezeer die krankte zijne lichaamskrachten verzwakte, werden zijne geestvermogens er niet door benadeeld. Gedurende die ongesteldheid vormde hij het plan voor eenen nieuwen tocht tegen de Romeinsche provinciën, en wees zelfs Oekama, den zoon van zijn vrijgemaakten slaaf Seïd, aan, als het hoofd der troepen, die dezen krijgstocht zou aanvoeren. Omstreeks dat tijdsgewricht brak er een storm in Arabië zelf uit. In drie verschillende provinciën, noemden drie onderscheidene personen zich profeet der Arabieren. Een van dezen was Tolaïka, de tweede was Mossaïlama, en de derde Aïhama (die ook el-Aswad of de zwarte werd genaamd) van den stam der Ans of der el Ansia. Deze profeten, welke door de Muzelmannen niet anders dan als valsche profeten konden worden beschouwd, hadden onder de kortelings bekeerde, maar van Medina verwijderde stammen eenige vorderingen gemaakt; en Mossaïlama richtte zelfs een schrijven aan Mahomet, waarin hij hem voorsloeg, de macht met hem te deelen, aangezien zij beiden gelijkelijk profeten en Godsgezanten waren. Op deze boodschap antwoordde Mahomet door de volgende woorden: “Mahomet, gezant van God, aan Mossaïlama, den bedrieger. Heil, hun die den rechten weg volgen21. De aarde behoort aan God en Hij geeft haar bezit aan wien het hem behaagt. Zij alleen die den Heer vreezen, hebben voorspoed.” De uitdrukkingen van dat antwoord gaven te kennen, dat Mahomet niet van de beslissing der wapenen zoude laten afhangen, aan wien de macht zou behooren; in afwachting daarvan zond hij aan zijne legerhoofden bevelen, om de vorderingen der bedriegers te beletten. Hem werd echter alleen de nederlaag van el-Aswad bekend, welke door een’ van zijne eigene bevelhebbers werd gedood. Meer vernam hij niet; want de koorts die hem verlaten had, keerde na weinig tijds terug en deed al zijne krachten zinken. Toen hij gevoelde, dat hij al zwakker en zwakker werd, vestigde hij zich in het verblijf zijner vrouw Aïsha, en bepaalde zeer nauwkeurig de wijze waarop hij begraven wilde worden.