Note 8 — I. Levensschets van Mahomet.
Albin de Kazimirski Biberstein translation
De Muzelmansche godvruchtigheid bleef niet ten achter bij de ingeschapen neiging, die de wieg van buitengewone menschen door den glans van mirakelen en merkwaardige natuurverschijnsels doet omringen. Die godvruchtigheid is oorzaak, dat de verhalen daarvan volgaarne worden aangenomen, zonder bron of grondslag te onderzoeken; door diezelfde beweegoorzaak worden zij voortgeplant en als geloofspunt vastgesteld. Volgens die verhalen, welke wij niet met stilzwijgen zouden kunnen voorbijgaan, omdat zij den Muzelman altijd voor den geest zijn, zoude, op het oogenblik waarop de toekomstige profeet der Arabieren geboren werd, de geheele wereld in beweging geweest zijn. Het paleis van Cosroë te Clesiphon schudde, en veertien van zijne torens stortten in: het heilige vuur der pyreen ging uit, in weerwil van het onafgebroken toezicht der magiërs; het meer van Sawa droogde uit, de groot-moubed der Perzianen droomde, dat Perzië door de Arabische kameelen en paarden bezet zou worden, en Amina verhaalde haren schoonvader, dat zij gedurende hare zwangerschap had gedroomd, dat een buitengewoon licht zich uit haren boezem verspreidde om de wereld te verlichten; Abdelmottalib, eindelijk, die op zekeren dag zijn kleinzoon was komen zien, bemerkte tot zijne verwondering, dat hij besneden geboren was. Het kind, dat door zijnen grootvader Mahomet genaamd werd (en hij was de eerste die dezen naam onder de Arabieren droeg), werd door zijne moeder toevertrouwd aan eene Bedouinsche min, die Halima heette, en welke het naar heuren stam in de woestijn medenam. Na twee jaren werd hij gespeend, maar zijne aanwezigheid in Halimas gezin, had daar zoo veel geluk en overvloed in schijnen te brengen, dat zij Amina verzocht haar het kind te laten opvoeden. De overlevering verhaalt, dat het kind aan eene ziekte onderhevig was, waarvan men zich geene rekenschap wist te geven, maar welke men aan de werking des duivels toeschreef8. Toen Mahomet later een voorval verhaalde, dat grooten schrik aan zijne min had gebaard, zeide hij, dat, in zijne kinderjaren, toen hij met zijne jeugdige makkers in de vlakte speelde, twee in het wit gekleede mannen, dat engelen waren, hem op den grond geworpen, de borst geopend en het hart er uitgenomen hadden, om het te wasschen en te zuiveren.