Note 6 — I. Levensschets van Mahomet.
Albin de Kazimirski Biberstein translation
Cheïba, de zoon van Hachim, werd ook Abdelmottalib genaamd, omdat hij door zijn oom Mottalib als zoon werd aangenomen. Hij volgde zijn vader te Mekka in diens gewichtigste ambten op, te weten in die van sikaïa en rifada. Zijne edelmoedigheid en zijn braaf gedrag hadden hem de algemeene achting doen winnen. Deze hoedanigheden scheen echter in de oogen zijner landgenooten het middel niet, te vergoeden, dat hij maar een’ eenigen zoon had; want evenals de Israëlieten, stelden de Arabieren den hoogsten prijs op een groot aantal mannelijke nakomelingen. Dat denkbeeld was bij de Arabieren zóó vast geworteld, dat Abdelmottalib op zekeren dag van een’ zijner landgenooten beleedigingen moest ondergaan, omdat hij maar één’ zoon had. In zijne ergernis zwoer hij, dat indien God hem tien mannelijke kinderen gaf, hij hem er één’ voor den Caaba van zou offeren. Abdelmottalibs wensch werd verhoord. Na de geboorte van zijn’ eersten zoon (528 na Chr.) tot het jaar 569 kreeg hij twaalf zonen en zes dochters. Op zekeren dag verzamelde hij, vast besloten zijn eed te vervullen, de tien oudste van zijne zonen; hij deelde hun den eertijds door hem gedane eed mede; een ieder van deze wilde er zich aan onderwerpen, het slachtoffer te worden, en allen begaven zich naar den Caaba voor den afgod Hobal om te loten. Het lot viel op Abdallah, die door zijn’ vader het meest werd bemind. Het offer stond op het punt volbracht te worden, op eene plaats die gewoonlijk bestemd was voor het slachten der offers, toen de Koreïshieten toesnelden, den arm van Abdelmottalib tegenhielden en hem rieden, eene waarzegster te raadplegen die zich te Kaïbar bevond, dat eene versterkte en door Israëlieten bewoonde Stad was. De waarzegster vroeg, wat de boete was, die voor een’ manslag werd betaald, en toen men haar antwoordde, dat de boete tien kameelen bedroeg, ried zij, Abdallah aan de eene zijde, en aan de andere tien kameelen te plaatsen; dat men daarna het lot zou raadplegen, en verklaarde zich dit tegen Abdallah, dat men wederom tien kameelen bij de eerste voegen en daarmede telkens voortgaan zou, tot het lot op de kameelen viel. Abdelmottalib onderwierp zich aan de uitspraak der waarzegster, en nademaal het lot tienmalen achtereen ten nadeel van Abdallah uitviel, kocht de vader zijn’ eed eerst tegen honderd kameelen los. Sedert dien tijd werd de bloedprijs onder de Arabieren op honderd kameelen bepaald. Dadelijk na deze gebeurtenis huwde Abdelbottalib zijnen zoon Abdallah uit aan Amina, de dochter van Wahb, een’ der afstammelingen van Abdmenaf. Uit dit huwelijk werd Mahomet geboren.6