Note 1 — I. Levensschets van Mahomet.
Albin de Kazimirski Biberstein translation
Niet meer dan drie van Mahomets tijdgenooten worden, in het voorbijgaan, door den Koran genoemd. Wat Mahomet zelven betreft, wordt deze alleen vermeld bij wijze van toespraak, die God verondersteld wordt tot hem te richten. Daaruit volgt, dat de Koran ons bijna geene narichten geeft omtrent het leven en den persoon van den profeet der Arabieren. Deze bijzonderheid is overigens in overeenstemming met het algemeene en erkende karakter van den Koran: deze toch stelt Gods woord voor, dat aan Mahomet geopenbaard en door diens mond aan het Arabische volk overgeleverd is. Als een muzelman een gezegde uit den Koran aanhaalt, dan zegt hij nooit: Mahomet heeft het gezegd; maar: God (of de Allerhoogste, het Opperwezen) heeft het gezegd; en het was daarom niet te wachten, dat God aan de medeburgers van Mahomet bijzonderheden omtrent diens verwanten, zijn’ oorsprong en zijne levensgevallen zou openbaren1. Dat stilzwijgen van den Koran wordt echter door de overlevering ruimschoots vergoed, en wij bezitten over Mahomet, ten minste van het oogenblik dat hij als Godsgezant optrad, historische bronnen, die, hoezeer met legenden vermengd, den beoefenaar tot een onbedriegelijk richtsnoer verstrekken, waaraan zijne openbaringen verbonden kunnen worden.