Note 21 — Abraham1.
Albin de Kazimirski Biberstein translation
Zijnde Ismaël en diens nakomelingschap. De Mahomedanen zeggen dat Hagar, zijne moeder, aan Sarah toebehoorende, die haar aan Abraham gaf, en dat Sarah, nadat Hagar hem Ismaël had gebaard, zóó ijverzuchtig op haar werd, dat zij er bij haren man op aanhield, hen beiden weg te zenden (Gen. XXI). Daarop zond hij hen naar het grondgebied van Mekka, waar God de bron van Zemzem ter hunner hulpe deed ontspringen, tengevolge waarvan de Joramieten die meester der plaats waren, hun veroorloofden, onder hen te wonen (Al Beidâwi).