← Table of contents
De Helden van Zuid-Afrika

Note 1 — HOOFDSTUK XII.

Reading edition

„Ik ben, kapitein, voor eenige dagen bij den grooten toovenaar geweest, die daar in het noorden in de spelonken woont. Hij heeft voor mij de dolossen1 geworpen, en mij gezegd, dat wij tegen de blanke Boeren niets zullen vermogen. En ik heb met mijn eigen oogen gezien, o kapitein, dat hij de waarheid heeft gesproken. Heb ik gistermorgen niet de assegaai naar dien jongen Boer geslingerd, die op zijn zwarten hengst ons kamp bespiedde? En is de assegaai niet machteloos vlak naast hem neergevallen? Heb ik daar straks geen drie assegaaien op den kommandant der Boeren gemikt, en heb ik niet gezien, hoe hij met een handgebaar die assegaaien bezwoer? Ze hebben hem niet eens geraakt, en dat verwondert mij niet.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings