← Table of contents
De grondbeginselen der Nederlandsche spelling

Note 1 — Voor de tweede uitgave.

Reading edition

De zorgen, door ons aan de orthographie gewijd, hadden aanvankelijk geen ander doel dan het bepalen der spelling ten dienste van het Woordenboek. In dat werk, uit den aard bestemd om invloed te oefenen op de ontwikkeling der taal, en dat derhalve aan zijne bearbeiders eene zware verantwoordelijkheid oplegt, mochten wij niet gedachteloos voortsukkelen in de eenmaal geijkte schrijfwijze, waarin eene halve eeuw taalstudie talrijke gebreken en leemten had aangewezen, en die eigenlijk aan niemand meer voldeed. Maar verder dan de behoeften van het Woordenboek strekten zich onze bemoeiingen niet uit. In hoeverre onze taalgenooten in Noord en Zuid onze spelling zouden goedkeuren: of zij in ruimeren kring zou doordringen, misschien eenmaal de leuze worden der zoo lang vergeefs gehoopte eenparigheid: dit alles moesten wij geduldig aan den tijd overlaten. De uitkomst is nu reeds gunstiger geweest dan wij immer dorsten vermoeden. Het algemeene verlangen om eenmaal tot zekerheid en regelmaat te geraken, kwam onze pogingen te gemoet, nog eer wij met den arbeid gereed waren. Men wenschte niets liever dan verlost te worden van al dat weifelen en dobberen, dat zooveel ongemak veroorzaakte en vooral belemmerend op het onderwijs drukte. Bij die diepgevoelde behoefte viel aan ons Ontwerp eene belangstelling ten deel, die wij te hooger waardeeren, omdat zij reeds tot een belangrijk gevolg heeft geleid. De Belgische Regeering, overtuigd van de noodzakelijkheid om de spelregels, in 1841 door het Gentsche Taalcongres aangenomen, te doen herzien, heeft bij Koninklijk Besluit van 25 Januari 1864 eene Commissie benoemd, uit de voornaamste Vlaamsche taal- en letterkundigen bestaande, en belast om de hervorming van het spellingstelsel te regelen. Die Commissie stelde, als beginsel harer werkzaamheden vast, »dat men het verschil van spelling, hetwelk al te lang onze taal in Vlaamsch en Hollandsch heeft verdeeld, moest trachten te doen verdwijnen”. Zij nam het Ontwerp, door de Redactie van het Woordenboek in het licht gegeven, tot leiddraad harer beraadslagingen, vereenigde zich in de hoofdzaken met de regels, die daarin waren voorgedragen, en knoopte met de Redactie eene briefwisseling aan ter nadere overweging van datgene, waartegen zij bedenkingen had. Het verschil, dat meest ondergeschikte punten betrof, werd spoedig vereffend en loste zich op in de meest volkomene overeenstemming. Reeds heeft de Commissie, door de bekwame pen van haren woordvoerder, Prof. Heremans, een even grondig als sierlijk Verslag uitgebracht en openbaar gemaakt1; hare voorstellen zijn bij Koninklijk Besluit van 21 November ll. bekrachtigd; de nieuwe spelregels voor het onderwijs in de staatsscholen en voor de stukken, van de Regeering uitgaande, vastgesteld, en reeds weinige dagen daarna—met eene verrassende eenparigheid—door de Vlaamsche schrijvers aangenomen en in de dagbladen ingevoerd. Zoo is dan nu de eenheid van spelling tusschen Zuid en Noord, die men zoo lang als eene volstrekte onmogelijkheid beschouwde en als eene hersenschim van dweepzieke ijveraars uitkreet, na weinige jaren van verbroedering, een werkelijk bestaand feit geworden; de eenheid der Nederlandsche taal, die te lang in Vlaamsch en Hollandsch verdeeld scheen, voorgoed en duurzaam gevestigd, door gelijkheid van spelling, als door een uiterlijk merkteeken, gewaarborgd. Zoo hebben de Congressen, waarin menigeen niets dan eene ijdele vertooning zag, eene practische uitwerking gehad, die meer dan iets anders heilrijke vruchten zal dragen voor de toekomst onzer taal. Alleen door oprechte waarheidsliefde en onderlinge welwillendheid is dit verblijdend resultaat tot stand gekomen: de hereeniging op taal- en letterkundig gebied met onze broeders uit het Zuiden, die de staatkunde eenmaal van ons gescheiden heeft. Om die hereeniging nader te bevestigen, is het nu dubbel wenschelijk, dat ook in Noord-Nederland de onzekerheid der orthographie weldra plaats make voor vastheid en regelmaat. Naar de begrippen, hier te lande aangenomen, kan dit onderwerp niet door de bemoeiing der Regeering worden geregeld. Vrijwillige instemming moet alles beslissen. Maar reeds doen zich de voorteekenen op, dat de eenparigheid ook hier niet zal uitblijven. Meer dan één onzer voornaamste schrijvers heeft zich reeds met de spelling van het Woordenboek vereenigd, en van alle zijden ontvangen wij de blijken van de levendige belangstelling, die de zaak in den kring der Nederlandsche onderwijzers heeft opgewekt. De bereidwilligheid, door zoovelen betoond, om de voorgestelde wijzigingen in de spelling door leer en voorbeeld ingang te doen vinden, legt ons de verplichting op om van onzen kant, erkentelijk voor de goedkeuring aan onze pogingen geschonken, de taak gemakkelijk te helpen maken door het leveren van die practische hulpmiddelen, die voor het onderwijs en het algemeen gebruik onontbeerlijk zijn. Wij hopen eerlang ten dienste der scholen een beknopt overzicht te geven van de spelregelen, door ons voor het Woordenboek aangenomen en in deze Verhandeling breedvoerig ontvouwd; om daarna eene Woordenlijst voor de spelling te doen volgen, waarbij men in ieder voorkomend geval zal kunnen te rade gaan. Eerst dan zal onze orthographische werkzaamheid zijn afgeloopen, en zullen wij ons voortaan onverdeeld aan de lexicographie kunnen wijden. De voldoening, die de eene helft onzer taak ons zoo ruimschoots heeft opgeleverd, geeft moed om in de andere, waarin de sympathie onzer landgenooten ons niet minder krachtdadig steunt, met frisschen ijver te volharden.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings