Note 3 — Tweede afdeeling. (continued 4)
Reading edition
In een geheel ander geval verkeeren de woorden met tweeklanken op u, als blauw, eeuw, ruw, nieuw, rouw, enz. Daarbij gaat men geheel regelmatig te werk, en schrijft men de w zoowel in de onverbogene als in de verbogen vormen: blauw—blauwe enz., en niet zonder reden. In slechts weinige woorden, misschien slechts in één: leeuw, lat. leo, is de w een overgangsletter en van lateren oorsprong; vermoedelijk in alle andere maakt zij een wezenlijk bestanddeel van de stamlettergreep uit, maar is niet, gelijk de j in drajen enz. slechts een achtervoegsel. Ook hoort men in de uitspraak nog iets van de w op het einde der lettergrepen, b. v. in uw, ruw, schuw, mouw, rouw, enz., die niet volkomen hetzelfde klinken als u, nu, kou en zou (verkortingen van koude en zoude, waarin de w niet behoort). Het een en ander verklaart, waarom de voorstanders der schrijfwijze baaien enz. ten opzichte van de w niet van de gewone spelling zijn afgeweken.