Note 2 — III. TWEE OUDE KENNISSEN VAN DEN LEZER.
Reading edition
»Zoo als gij weten zult, daar gij mijn naam reeds meermalen hebt hooren uitspreken, waarde vriend, heet ik Goedsmoeds2; ik ben een Canadees, dat wil zeggen, bijna een Franschman. Omstandigheden, teveel om op dit oogenblik te vertellen, maar die ik u later wel zal mededeelen, hebben mij reeds vroeg in dit land gevoerd. Twintig levensjaren heb ik besteed met de woestijn in alle richtingen te doorkruisen; er is geen verloren beek, of vergeten voetpad dat ik niet ken. Als ik dit wilde, zou ik gerust en onbezorgd kunnen leven bij een dierbaren vriend, een ouden kameraad van mij, op eene heerlijke landhoeve, die hij eenige mijlen ver van Harmosillo bezit en bewoont; maar het woudloopersleven heeft zijne onweerstaanbare bekoorlijkheid, dat begrijpen alleen zij die er in gedeeld hebben; het trekt hen aan tegen wil en dank om het te hervatten.