← Table of contents
De graaf de Lhorailles

Note 2 — XXII. EEN MENSCHENJACHT.

Reading edition

»De Zwarte-Beer heeft zich niet vergist,” zeide hij, »hij rook den geur des bloeds, ik beloof mijne zonen eene goede jacht. Morgen met de endit-ha2 zullen de krijgslieden te paard stijgen. De hut van den sachem is eenzaam; dat zij onze eerste zorg. Laten wij dus de Lang-Messen aan hun lot over,” vervolgde hij de oogen naar den hemel richtende. »Nyang, de geest des kwaads, zal zich wel met de taak belasten hen onder het zand te begraven, de Meester des levens roept den storm reeds; ons werk is afgedaan, volgen wij liever de Yoris en keeren wij dan naar onze jachtvelden terug; de orkaan zal weldra over de woestijn losbreken en haar omkeeren. Mijne zonen kunnen zich aan den slaap overgeven, een opperhoofd zal over hen waken; ik heb gesproken.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings