← Table of contents
De goudzoekers

Note 1 — XIV. EEN DINER BIJ DEN HEER D’OGERON.

Reading edition

Dat alles werd herhaaldelijk en door al de Broeders der Kust opgemerkt, en was voor hen eene nieuwe aanleiding om te vermoeden dat in het brein van hun vermaarden aanvoerder het plan broeide tot het doen van een grootsche onderneming; stilzwijgend verheugden zij zich daarover, maar tegelijk vermeerderde hun ongeduldig verlangen, dat hij hun daarvan mededeeling zou doen. Toen het dessert was opgezet, gaf de heer d’Ogeron een wenk, waarna de bedienden zich dadelijk verwijderden en de deuren achter zich toetrokken. De gasten bleven nu onder elkaar. Zij waren tien in getal, met inbegrip van den gouverneur. In de eerste plaats Montbars; dan Philippe d’Ogeron, de neef van den gouverneur; Pierre Legrand; de ridder de Grammont; de Olonner, de vroegere pandeling van Montbars, die zooals hij zelf hem vroeger had voorspeld, een der geduchtste flibustiers van Tortue was geworden; kapitein Drack; de Poleter en Morgan de Engelschman, die pas terug was gekomen uit Jamaïca, waar hij langen tijd had vertoefd, en de Mooie Laurent1.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings