← Table of contents
De goudzoekers

Note 1 — I. DE PRAUW.

Reading edition

De Spaansche schildwacht, die op post stond op den toren van Guette, waardoor de ingang van de golf van Venezuela wordt beschermd, had met onverschilligen blik de vlugge vaart van het lichte vaartuig, dat bijna binnen het bereik van een geweerschot van zijn wachtpost passeerde, gadegeslagen; meer dan half drommelend, en misleid door het armzalige voorkomen van de prauw, had hij die gehouden voor een kano uit boomschors vervaardigd, waarvan de Indianen zich bedienen als zij in volle zee gaan visschen, en verder had hij zich daarover niet bekommerd. Maar als hij beter toe had gekeken, dan zou hij zeker gehuiverd hebben van angst en alarm gemaakt, want dan zou hem gebleken zijn, dat de drie gewaande Indianen, niet slechts waren Broeders der Kust, maar zelfs twee hunner voornaamste aanvoerders, Montbars de Verdelger en Luiwammes1, want werkelijk waren zij het die met zoo groote stoutmoedigheid de golf van Venezuela binnendrongen. Wat hun metgezel betreft, dit was iemand van vier- of vijfendertig jaar, die men zoo door zijn voorkomen als door zijne lengte, die meer bedroeg dan zes voet, een echte Hercules had kunnen noemen; even als dit dikwerf voorkomt had ook deze reus, een open gelaat, een frissche kleur, rood als van een jong meisje, dikke, hoogroode lippen en prachtig aschblond haar, wel slecht verzorgd, doch dat toch met lokken zacht als zijde tot op zijne schouders neerviel; om kort te gaan, zijn gunstig uiterlijk werd gekenmerkt door eene zóó groote mate van goedhartigheid, schoon volstrekt niet verwant met onnoozelheid, dat dit dadelijk iedereen reeds bij de eerste ontmoeting voor hem moest innemen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings