← Table of contents
De Geschiedenis van Woutertje Pieterse, Deel 2

Note 1 — Tweede Deel Amsterdam—Uitgevers-Maatschappij “Elsevier”—1921 (continued 8)

Reading edition

Maar... die wereld-zelf kende hy nu eenmaal niet! Hy wist er niet veel meer van dan z’n biechtelingen hem konden of wilden meedeelen, en deze zeer gebrekkige inlichtingen namen nog bovendien steeds de kleur aan van z’n eigen schuldeloos gemoed. Elk bedreven kwaad scheen hem ’n ongeluk toe, en de vermaningen die hy uitsprak of de boetedoening die hy soms meende te moeten voorschryven, geleken meer op ’n vriendschappelyk toegediende hartsterking dan op berisping en straf. ’t Was waarlyk geen wonder dat-i niet recht vatte wat er by die haarlemmer-schuit verhandeld werd! Een der hoofdpersonen in het drama-bedryf dat hier werd afgespeeld, de vrouw die door haar luidruchtigheid en gemeenen opschik de aandacht van ’t publiek tot zich trok, was te Amsterdam geweest om wat koopwaar optedoen voor haar winkel te Haarlem. Die koopwaar bestond in ’n tweetal... meisjes, neen—twee “meiden” zeg ik ook niet graag—uit twee jeugdige vrouwspersonen dan, die ze door geschenken en de voorspiegeling van ’n lui leven tot zich had weten te lokken. Wat ik hier “geschenken” noem, was in werkelykheid ’n driedubbel geboekt woekervoorschot. En “ze had het zwart op wit” zei ze, op haar dy slaande, waar de kostbare dokumenten geborgen schenen die haar woorden konden bevestigen. Deze bewysvoering was tegen de moeder van een der beide schepseltjes gericht, die lucht van de zaak gekregen, en gezorgd had vóór ’t afvaren van de schuit daar te zyn. ’t Woord “moeder” klinkt liefelyk, en de goedige lezer verwacht dat de vrouw zich daar bevond om haar kind te ontrukken—“zoo noemt men zulks” zou Stoffel zeggen—aan de klauwen des verderfs... och, ik ben daar jammerlyk op ’n boekenfraze verzeild geraakt. Dat komt er van, als men z’n schryftafel zoo vol modellen heeft liggen!1 Die “moeder” was doodeenvoudig daargekomen om ’n aandeel te vorderen in ’t reeds genotene, en vooral om ’n aandeel te bedingen in de toekomstige winst. Het toegeschoten publiek was verontwaardigd, of toonde zich zoo, en verdeelde de uiting van z’n misnoegen vry gelyk tusschen de moeder en de waardin. Deze beiden aan ’t kyven! De twee rekruten zwegen, maar toch kon ’n opmerkzaam toeschouwer te weten komen wie van de strydvoerende partyen met haar sympathie vereerd werd, en wel door de plaats die zy innamen, of die ze trachtten te hernemen als ze voor ’n oogenblik vandaar waren weggedrongen. Blykbaar schaarden ze zich, zoowel in overdrachtelyke als in letterlyke beteekenis van ’t woord, aan den kant der waardin. En er was reden toe! Deze had “so werachtich as Chot” niets minder verzekerd dan dat haar kontubernaaltjes ’s morgens zoo lang konden slapen als ze maar verkozen, en ’s avends zouden ze onthaald worden op jenever met suiker... als ze maar ’n “heer” wisten te bewegen die versnaperingen voor zyn rekening aan ’t buvet te bestellen. Nu, hiertoe meenden de meisjes kans te zien. Maar ’t zou haar tegenvallen. Ze overschatten den invloed en den markt-prys van haar bekoorlykheden—de goedkoopste zaak ter-wereld!—en ook wel ’n beetje de mildheid van de “heeren.” Maar de beminnelyke waardin liet haar aanstaande voedsterlingetjes in den waan dat er met nagebootste huurliefde terdeeg wat ’te verdienen viel. En er werd nog meer beloofd. Ze zouden Krelien en Sefie heeten, en door de meid “juffrouw” genoemd worden. Om ’n voorsmaak van die heerlykheid te geven, en tevens van den toon die in haar etablissement heerschte, sprak ’t wyf gedurig van haar “dames.” Wat kon, tegenover zulke schitterende aanloksels, de moeder bieden, zy die maar ’n arme werkster was? Ik weet wel dat sommige boekenluî ’n antwoord op deze vraag gereed hebben. Ze spreken by zulke gelegenheden van tucht, reinheid van ziel, eer, gemoedsrust, moederlyke teederheid... och, onze beide Kaatjes hadden liever jenever met suiker! Maar ik moet er by zeggen dat de keus haar niet zóó moeielyk gemaakt werd, als de papiermoralisten van zoo-even wel denken zouden, want de moeder hield zich met al die roerende dingen niet op. Ze reklameerde haar deel van de zaak, en eischte vóór alles ’n bonten voorschoot terug, dat ze volgens haar beweren aan haar dochter geleend had.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings