Note 1 — Tweede Deel Amsterdam—Uitgevers-Maatschappij “Elsevier”—1921 (continued 7)
Reading edition
Reeds jaren geleden1 heb ik er op gewezen hoe het horror vacui2 der oude natuurkundigen zich ook in het zedelyke alom openbaart. Men behoorde van deze eigenschap der dingen gebruik te maken in de opvoeding. De ziel heeft ’n opzuigend vermogen. Men houde haar gezond voedsel voor en ze zal versmaden wat vuil is omdat ze dan daarvoor geen ruimte heeft.3