← Table of contents
De Geschiedenis van Woutertje Pieterse, Deel 2

Note 2 — Tweede Deel Amsterdam—Uitgevers-Maatschappij “Elsevier”—1921 (continued 2)

Reading edition

Dit werd hem toegeroepen door de wakker geschudde zinnen, die met z’n gekittelde ydelheid om den voorrang dongen in ’t bevestigen van z’n mondigheid. ’t Was zeker al iets heel schoons—en niet elk protestantsch handelsjongetje gegeven!—te kunnen dienen als schild tegen dieven en moordenaars, maar... dat àndere... o, lieve onbaatzuchtige edelmoedige Laps! Had ze hem niet de mogelykheid aangetoond, dat hy—hy, Wouter!—kon bemind worden als verloofde, als bruîgom, als echtgenoot... méér nog dan dat: als de minnaar in ’n boek? Zeker, zeker, ook zóó had-i Femke lief, ook zóó—ànders ook, God weet het!—maar... ook zóó! Dit bewustzyn had de oefenaarster in hem opgewekt, zy die eerst zich beklaagde over z’n verregaande onleerzaamheid, en zoo spoedig reden had tot verdriet over den weg dien z’n pas opgedane wysheid al te haastig insloeg. Had ze niet als ’n Virgilische by, honig vergaard voor ’n ander? Was ’t niet ’n pynigend: sic illae—Femke!—non mihi?2

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings