← Table of contents
De Geschiedenis van Woutertje Pieterse, Deel 2

Note 1 — Tweede Deel Amsterdam—Uitgevers-Maatschappij “Elsevier”—1921 (continued 2)

Reading edition

’t Was nog al wèl, dat Wouter niet naar juweelen zocht in ’t kamertje van de prinses zyner ziel. In-plaats hiervan bemerkte hy dat er nòg een slaapplaats was: ’n “bedstee.” Daar sliep zeker Femke’s moeder. Tegen een der wanden van ’t vertrek was ’n wyde gemetselde schoorsteen, alleraardigst gekleed in Delftsche ticheltjes. Ze stelde met hun allen de opwekking van Lazarus voor, en de man met wien ik den lezer by ’n vorige gelegenheid in kennis bracht1 ontbrak niet. Wouter voelde zich door dit staal van al te wonderbewyzend realismus minder gestuit dan anders ’t geval zou geweest zyn, want... op die poppen had Femke’s oog gerust. Dit denkbeeld adelde alles wat-i zag. Het kamertje was overigens gemeubeld met vier matte-stoelen, waarvan een voor ’t bed stond, met z’n kleêren, netjes gerangschikt en blykbaar gereinigd, er op. Zelfs z’n ryglaarsjes waren gepoetst. Die goede Vrouw Claus!

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings