Note 1 — Overdreven ijver van Gavroche.
Reading edition
De vogel lastert in den boom en beweert dat Atala gisteren met een Rus is voortgegaan.—Waarheen gaan de schoone meisjes, la la!
Mijn vriend Pierrot, gij babbelt, omdat Mila laatst aan haar venster klopte en mij riep.—Waarheen enz.
Die meisjes zijn zeer bekoorlijk. Haar vergift, waarmede zij mij betooverden, zou zelfs mijnheer Orfila dronken maken. Waarheen enz.
Ik houd van de liefde en haar gekweel, ik bemin Agnes, ik bemin Pamela, Lize brandde zich zelve door mij in vlam te zetten.—Waarheen enz.
Eertijds toen ik de mantilles van Suzette en Zeila zag, verschool zich mijn hart in haar plooien.—Waarheen enz.
Liefde, wanneer gij, in de schaduw schitterend, Lola met rozen omkranst, zou ik er mijn ziel voor willen geven.—Waarheen enz.
Jeanne, ge kleedt u voor uw spiegel! Mijn ziel ontvlood op zekeren dag; ik geloof dat Jeanne ze heeft.—Waarheen enz.
Des avonds wanneer ik van het bal kom, wijs ik Stella aan de sterren en zeg: aanschouwt haar.—Waarheen enz.