← Table of contents
De Ellendigen (Deel 1 van 5)

Note 1 — Beproeving van zuster Simplicia.

Reading edition

Als wij op den boulevard wandelen, zullen wij mooie dingen koopen. De koornbloempjes zijn blauw, de rozen zijn rood; ik bemin mijn geliefde. Gisteren kwam de maagd Maria in geborduurden mantel bij mijn kachel, en zeide mij: „Ziehier onder mijn sluier de kleine, waarom ge mij gevraagd hebt. Spoed u naar de stad, haal linnen, koop garen, koop een vingerhoed.”

Als wij op den boulevard wandelen, zullen wij mooie dingen koopen.

Goede maagd Maria, bij mijn kachel heb ik een met lint versierd wiegje gezet; al wilde God mij zijn schoonste ster geven, zou ik het kind dat ge mij gegeven hebt, toch liever hebben. Wat moet ik met dat lijnwaad doen, mevrouw?—Maak er hemdjes van voor mijn pasgeborene. De korenbloempjes zijn blauw, de rozen zijn rood; ik bemin mijn geliefde, wasch dit lijnwaad.—Waar?—In de rivier, maak er, zonder iets te bederven of vuil te maken, een rokje en borstrokje van, dat ik wil borduren en met bloemen vullen.—Het kind is er niet meer, mevrouw, wat nu er van gemaakt?—Maak er voor mij een doodslaken van.

Wanneer wij op den boulevard wandelen enz.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings