Note 4 — VIJFDE HOOFDSTUK
Willem Jacob Aarland Roldanus translation
Hoe langer Pierre door dit in den harden glans van het marmer flikkerende, koude en majestueuse museum wandelde, des te meer werd hij doordrongen van het gevoel, dat hij zich in een heidenschen tempel bevond, opgericht ter eere van den god van licht en praal. Een groote tempel van het oude Rome had er ongetwijfeld evenzoo uitgezien met dezelfde met polychroom marmer bekleede muren, dezelfde kostbare zuilen, dezelfde gewelven met vergulde vakken. Datzelfde gevoel zou hij nog sterker krijgen bij het bezoeken van andere basilica’s, die ten slotte hem tot de kennis der onbetwistbare waarheid brengen zouden. Daar was in de eerste plaats de Christelijke kerk, die het zich in alle kalmte en vermetelheid makkelijk maakte in den heidenschen tempel: zooals bijvoorbeeld San Lorenzo in Miranda, die zich in den tempel van Antoninus en Faustina thuis voelde als in zijn eigen huis en de zeldzame porticus van cipoline4 en de mooie lijst van wit marmer behouden had; of wel de Christelijke kerk, die uit den gevelden stam, het oude verwoeste gebouw weer opgewassen was, zooals de tegenwoordige San Clemente bijvoorbeeld, waaronder eeuwen van tegenstrijdige godsdiensten lagen, een zeer oud monument uit den tijd der Republiek, een ander uit den keizertijd, waarin men een Mithratempel herkend heeft, en ten slotte een oud-Christelijke basilica. Vervolgens had men de Christelijke kerk, zooals de Santa Agnese fuori le Mura, die geheel naar het voorbeeld van de staatsbasilica der Romeinen, het Gerechtshof of de Beurs, gebouwd was. Ten slotte en vooral had men de Christelijke kerken, die met de uit in puinhoopen liggende tempels gestolen materialen opgetrokken waren.