Note 2 — VIJFDE HOOFDSTUK
Willem Jacob Aarland Roldanus translation
Dit verlangen naar blijven leven, deze pronkachtige zucht naar onsterfelijkheid, deze behoefte om den dood, door hem in tempels onder te brengen, te vergoddelijken is blijven bestaan in de tegenwoordige pracht van den Campo Santo in Genua en den Campo Verano in Rome met hun monumentale graftomben. Welk een visioen van mateloos groote graven links en rechts van den roemrijken weg, waarover de Romeinsche legioenen bij haar terugkeer van de verovering der wereld stampten. Daar het graf van Caecilia Metella met zijn reusachtige klokken, zijn muren, die zoo dik waren, dat de Middeleeuwen er een met tinnen gekroonden vestingtoren van gemaakt hebben. Dan alle volgende moderne bouwwerken, die opgericht werden om de in de omgeving gevonden marmeren fragmenten weer op hun oorspronkelijke plaats terug te brengen, oude van hun beeldhouwwerken beroofde pilasters van cement en baksteen, die als half-weggevreten rotsen zijn blijven staan, kale blokken, die nog vormen aangeven, huisjes in den vorm van tempels, cippen,2 op sokkels rustende sarkophagen. Een wonderbare rij van reliëfs stelde de portretten der dooden in groepen van drie of vijf voor; staande beelden lieten de dooden in een apotheose opnieuw herleven; in de nissen stonden banken, waarop de wandelaars konden gaan zitten en de gastvrijheid der dooden prijzen; grafschriften loofden de dooden, de bekende en de onbekende, de kinderen van Sextus Pompeius Justus, Marcus Servilius Quartus, Hilarius Fuscus, Rabirius Hermodorus, afgezien van de graven, die op goed geluk af aan Seneca, de Horatii en Curiatii toegeschreven werden. En eindelijk, aan het einde lag het meest bijzondere, het reusachtigste van alle graven, de zoogenaamde Casale Rotondo. Het is zóó groot, dat men een hoeve met een olijvenboschje heeft kunnen maken op den onderbouw, die een dubbele, met Korinthische zuilen, groote kandelabers en tooneelmaskers versierde rotonde droeg.