Note 3 — NEGENDE HOOFDSTUK
Willem Jacob Aarland Roldanus translation
Weer een ander maal, nadat hij zijn wandeling nog verder uitgestrekt had tot in de Campagna, langs den Tiber, stroomopwaarts van af de Ponte Molli, kwam hij verrukt thuis, omdat hem een klassieke kunst, waarvoor hij tot dusverre geen gevoel gehad had, geopenbaard was. Langs den oever had hij zuivere Poussin’s3 gezien: de gele, langzaam stroomende rivier met haar met riet begroeide oevers; lage, gekartelde, rotsachtige oevers, waarvan de krijtachtige witheid afstak tegen den rosachtigen achtergrond van de eindelooze, golvende vlakte, die slechts door de blauwe heuvels van den horizont begrensd werd; enkele spichtige boomen; de ruïne van een zuilengaanderij; een troep achter elkaar loopende schapen, die gaan drinken, terwijl een herder, die met zijn schouder tegen den stam van een steeneik leunt, staat te kijken. Het was een speciale, vermetele en ruwe, uit niets bestaande, tot een rechte en vlakke lijn vereenvoudigde, maar door grootsche herinneringen veredelde schoonheid; steeds nog marcheerden de Romeinsche legioenen over de straatwegen door de kale Campagna, steeds nog was het de lange slaap der Middeleeuwen, dan het ontwaken der oude natuur in het Katholieke geloof, wat Rome voor de tweede maal tot den wereldheerscher gemaakt had.